Werkwijze

Als er is sprake is van vallende ijs uit de lucht dan wordt dit in de hogere luchtlagen gevormd. Dit ijs kan aangroeien op vliegtuigen. Het water waaruit dit ijs gevormd is zal zuiverder zijn dan het water wat bijvoorbeeld uit onze kraan komt. Metingen aan regenwater ondersteunen deze hypothese. Een vergelijk van smeltwater van het gevonden ijs en leidingwater zou dus een eerste aanwijzing moeten zijn voor de herkomst van de ijsklompen.

Met behulp van geavanceerde analysetechniek, de zogenaamde capillaire elektroferese, kunnen de carbonaat-, sulfaat-, chloor - en andere ionen in het monster worden gemeten. Met andere analyse technieken kan het metaalgehalte in het monster worden bepaald.

Ook worden nog metingen verricht aan de isotoop samenstelling. Water bestaat uit het atoom zuurstof en het atoom waterstof. Het atoom zuurstof komt voor in twee verschillende massa's: zuurstof 16 en zuurstof 18 zonder dat dit gevolgen heeft voor de chemisch eigenschappen. In de hogere luchtlagen is de verhouding tussen zuurstof 16 en zuurstof 18 anders dan op zeeniveau.

Naast deze chemische c.q. natuurkundige metingen is er ook kontakt geweest met diverse autoriteiten en collega deskundigen. De luchtverkeersleiding op Schiphol heeft informatie verstrekt over de ligging van zogenoemde luchtvaartcorridor's en met de collega's van het KNMI is veelvuldig kontakt inzake de weersomstandigheden. Oorsprong in de vorm van hagel is uitgesloten.

Ook is er kontakt geweest met het Spaanse onderzoeksteam. Zij hebben soortgelijke metingen verricht. De Spanjaarden hebben aangeboden ook de Nederlandse monsters te onderzoeken.